Celstraffen geëist voor beroving na afspraak via datingapp in Almelo

Foto: Rechtspraak.nl

Almelo – Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland heeft dinsdag 15 oktober voor de rechtbank in Almelo celstraffen van 30 en 24 maanden geëist tegen een 19-jarige man uit Nijmegen en een 20-jarige man uit Almelo. Zij worden ervan verdacht via een datingapp een afspraak te hebben gemaakt met een man die ze vervolgens hebben beroofd.

De 19-jarige man hoorde een celstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest tegen zich eisen. Ook vroeg de officier van justitie om de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf. Tegen de 20-jarige verdachte eiste de officier 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

De twee verdachten en enkele andere personen troffen de man op de avond van 12 april 2018 in Almelo, waar ze hem twee uur lang onder bedreiging van een boksbeugel, een mes en een vuurwapen (lopend en in de auto) meenamen. Het slachtoffer heeft doodsangsten uitgestaan, stelde de officier. “Hij wist niet of hij het zou overleven”, zei ze tijdens de zitting.

Volgens de officier moest de man meerdere keren geld pinnen en zou hij zijn gedwongen tot verhoging van zijn limiet zodat hij rood kon staan. De mannen zouden hem ook zijn adresgegevens en pincodes van telefoon en bankpas afhandig hebben gemaakt. Een dag na de beroving is 500 euro van zijn bankrekening afgeschreven.

De twee verdachten ontkennen betrokkenheid, maar volgens de officier hebben zij ‘een substantiële rol’ gehad bij de beroving, de vrijheidsbeneming en diefstal (een dag later) van 500 euro. Zo zijn er op het toestel van de 19-jarige foto’s gevonden van de mobiele telefoon die het slachtoffer heeft moeten afstaan. De verdachten onderling hebben verschillende berichten naar elkaar gestuurd waaruit hun betrokkenheid bij de beroving blijkt. Verder waren er persoonlijke gegevens van het slachtoffer opgeslagen op de telefoon van de 20-jarige.

De twee verdachten waren 18 jaar ten tijde van de strafbare feiten, maar bestraffing volgens het jeugdrecht is naar de mening van de officier niet aan de orde. Voor de derde verdachte in deze zaak, een 22-jarige man uit Almelo, vroeg de officier vrijspraak. Behalve een omschrijving die het slachtoffer had gegeven van deze persoon was er geen bewijs voor zijn aandeel in de beroving.